Groene Glazenmaker

sitemapcontact
  

Beheer

Om de groene glazenmaker langdurig te kunnen behouden in een gebied is het uitvoeren van aangepast beheer noodzakelijk. Zonder beheer zal de plek vaak volgroeien en verlanden en de krabbescheer zal daarmee verdwijnen. Hoe vaak beheer gewenst is, hangt af van de groeisnelheid van de krabbescheer en van een aantal andere zaken.
 
Voorbeeld van gefaseerd slootbeheer. Beide delen van de sloot zijn al toe aan een nieuwe schoningsbeurt.
Belangrijk is of de locatie, bijvoorbeeld een sloot, een belangrijke waterdoorvoerende rol vervult. Indien dat het geval is, mag de verlanding niet zo ver doorgaan dat de plek helemaal dichtgroeit. Dit betekent dat er vaker, bijvoorbeeld eens per twee jaar planten of bagger verwijderd moeten worden. Voldoende waterdoorvoer kan ook worden bereikt door elk jaar slechts een gedeelte aan te pakken. Bijvoorbeeld door de linker- en de rechteroever om en om te doen. Dit heet gefaseerd schonen. In natuurgebieden met voldoende ruimte kan het gewenst zijn om de verlanding zover door te laten gaan dat de plek niet meer geschikt blijft voor de groene glazenmaker. Dit mag alleen als er voldoende ander gebied aanwezig is dat nog wel geschikt blijft of wordt. Op een later tijdstip, bijvoorbeeld eens per vijftien jaar, kan dan het ontstane veen worden afgegraven. De ontstane waterplas kan vervolgens opnieuw vol gaan groeien, om te beginnen met krabbescheer. Door deze cyclus op verschillende locaties op verschillende momenten op te starten kunnen ook andere soorten uit het laagveenmilieu worden behouden, zoals de grote vuurvlinder of de zilveren maan.
 

Laatste wijziging: 23 oktober 2009